Ga naar de inhoud

Beginnen met beleggen?

Maar weet je niet hoe? We zetten een aantal dingen op een rij zodat je meer wegwijs wordt!

Beleggingsrekening

Om te beleggen heb je meestal een beleggingsrekening nodig. Deze kun je openen bij een broker, bank of andere financiële instelling. Bijvoorbeeld ook verzekeraars kunnen mogelijkheden voor beleggen aanbieden.

Bij een broker

Een broker is een ’tussenpersoon’ en financiële instelling met een handelsplatform waarmee je kan beleggen. Brokers zijn doorgaans geen banken zoals je die standaard kent (ING, ABN Amro en dergelijke).

Brokers zijn gespecialiseerd op beurshandel en daardoor hebben ze over het algemeen ook lagere tarieven (bijvoorbeeld lagere transactiekosten).

Bij een bank of verzekeraar

Ook bij banken en verzekeraars kun je vaak een beleggingsrekening openen en beginnen met beleggen.

Maar hou er rekening mee dat de tarieven potentieel hoger kunnen zijn dan bij een broker.

Overig

Verder heb je ook bijvoorbeeld vermogensbeheerders die eigen fondsen aanbieden.

Je kunt dan ook doorgaans alleen maar bij die vermogensbeheerder beleggen in die specifieke fondsen.

Kosten van beleggen

Als je wilt beleggen moet je rekening houden met kosten. We noemen hieronder een aantal verschillende soorten kosten. 
Dit kan verschillen per partij waar je belegt, en per beleggingsproduct.

Transactiekosten

Als je koopt of verkoopt brengt dat transactiekosten met zich mee.

Check bij je beleggingspartij hoe groot deze kosten zijn.

Service & administratie

Brengt je partij servicekosten in rekening? Bijvoorbeeld op maandbasis of kwartaalbasis?

Denk bijvoorbeeld aan kosten voor toegang tot je beleggingsrekening, overige administratie etc.

Fondskosten

Wil je beleggen in fondsen Beleggingsfondsen hebben kosten voor het beheren van het fonds.

Het ene fonds heeft hogere beheerkosten dan de ander, en dat drukt op je rendement.

Order plaatsen en ordertype​

Nadat je het registratieproces van je beleggingsrekening hebt voltooid kun je gaan beleggen/handelen. Praktisch betekent dat dus dat je orders gaat plaatsen: een order om te kopen of verkopen.

Bij het plaatsen van je order kan het zijn dat je deze veel voorkomende termen tegenkomt.

Bestens order

Dit is een order waarbij je zelf geen limiet instelt. Dus zonder vooraf ingestelde maximum/minimumprijs voor kopen en verkopen. Je order wordt dan verwerkt tegen de eerstvolgende koersprijs.

Bij een bestens order is de kans het grootst dat je order spoedig wordt verwerkt. Maar het risico is ook groter dat de eerstvolgende koersprijs ongunstiger is dan je had gehoopt.

Limiet order

Bij dit ordertype geef je vooraf een limiet mee. Bijvoorbeeld de maximum koersprijs die je bereid bent te betalen, of de minimum koersprijs die je wilt ontvangen bij het verkopen. Let wel: als je limiet niet wordt bereikt, dan wordt je order dus niet verwerkt.

Voorbeeld: je wilt je aandeel verkopen en de huidige koersprijs staat op 49. Maar je wilt liever verkopen voor 50. Dan geef je bij je verkooporder een limiet mee van minimum 50. Bereikt de koersprijs het bedrag van 50, dan wordt je order ingezet. Blijft de koersprijs onder 50, dan wordt je order niet uitgevoerd.

Stop loss order

Een stop loss order is een opdracht om een belegging automatisch te kopen of verkopen als de koers een bepaalde koersprijs heeft bereikt. Die bepaalde koersprijs heet het stopniveau (stopprijs). Met een stop loss order kun je bijvoorbeeld jezelf ‘indekken’ tegen flinke koersdalingen.

Wat gebeurt er precies bij het bereiken van het stopniveau? Dan wordt je stop loss order omgezet in een bestensorder en vervolgens dus uitgevoerd tegen de eerstvolgende koersprijs.

Voorbeeld: je hebt een aandeel gekocht tegen 50 euro en bent bereid maximaal 10 euro erop te verliezen. Dan leg je dus een stop loss verkooporder in van 40 euro (50-10). Wanneer de koersprijs 40 bereikt, dan wordt een bestens verkooporder in gang gezet.

Maar let op: je bestens order wordt dus verwerkt tegen de eerstvolgende koersprijs. In hetzelfde voorbeeld kan dat bijvoorbeeld betekenen dat je uiteindelijk je belegging verkoopt voor een prijs van bijvoorbeeld 35 of 30 euro.

Stop limiet order

Dit is vergelijkbaar met stop loss met als aanvulling dat je nog een limiet instelt naast het stopniveau.

Voorbeeld: je hebt een aandeel gekocht tegen 50 euro en wilt dit beschermen tegen koersdalingen. Je geeft een stop limiet verkooporder op met een stopniveau van 40 euro en een limiet van 35.

Bereikt de koersprijs 40 euro? Dan wordt je verkooporder in gang gezet en worden je beleggingen verkocht, behalve als het niveau van 35 euro wordt bereikt. Dan wordt je verkooporder niet meer uitgevoerd.

Zelf of beheerd beleggen?

Bijvoorbeeld banken bieden vaak mogelijkheden voor zelf beleggen of beheerd (laten) beleggen. Voor welke optie je kiest is uiteraard afhankelijk van jezelf. Er is geen goed of fout antwoord. 

Hecht je bijvoorbeeld veel waarde aan het verlagen van je kosten? Dan beleg je zelf omdat je niet extra betaalt voor de service van beheerd beleggen.

Periodiek beleggen

Periodiek beleggen kan een interessante optie voor je zijn als je bijvoorbeeld niet in een keer een groot bedrag beschikbaar hebt. Dan kun je bijvoorbeeld wekelijks of maandelijks automatisch een bepaald bedrag beleggen. 

Over het algemeen stel je dit eenmalig in en daarna verloopt het verder vanzelf. Het bijkomende voordeel is dat je je minder zorgen hoeft te maken over een ‘goed instapmoment’. Je aankoopmomenten worden namelijk periodiek verspreid. Soms koop je tegen een lage koers en soms tegen een hoge koers.

Vind je periodiek beleggen een interessante optie? Check bij je beleggingspartij of ze deze mogelijkheid aanbieden.

Defensief en offensief beleggen

Er is een verschil tussen defensief en offensief beleggen.

Defensief beleggen

Bij defensief beleggen probeer je zo min mogelijk risico te nemen. Je kiest dan voor ‘veiliger’ beleggen en accepteert dat je rendement ook minder hoog zal zijn.

Defensieve beleggingsportefeuilles geven dus meer weging aan beleggingen met minder risico, zoals obligaties.

Offensief beleggen

Bij offensief beleggen durf je meer risico te nemen en kies je sneller voor risicovolle beleggingen, zoals aandelen.

Bijvoorbeeld jongeren zullen meer geneigd zijn hiervoor te kiezen dan ouderen omdat ze ‘slechte periodes’ kunnen afwachten. 

Voorbeeld beleggingsportefeuille

Om je iets meer gevoel te geven voor beleggen geven we drie voorbeelden van een beleggingsportefeuille.
Het is handig om de termen defensief en offensief te kennen. Die zijn hierboven uitgelegd.

defensief portefeuille

Defensief portefeuille

Dit zijn doorgaans portefeuilles die voor meer dan 50% bestaan uit obligatiebeleggingen.

Bijvoorbeeld 70% obligaties en 30% aandelen.

Vooral ouderen kiezen voor een defensief portefeuille.

neutraal portefeuille

Neutraal portefeuille

Dit kan bijvoorbeeld voor de helft bestaan uit obligatiebeleggingen en voor de helft uit aandelen.

Dus 50% obligaties en 50% aandelen.

offensief portefeuille

Offensief portefeuille

Dit zijn vaak portefeuilles die voor meer dan 50% bestaan uit aandelen.

Bijvoorbeeld 70% aandelen en 30% obligaties.

Vaak gekozen door jongere beleggers die een lange tijdshorizon hebben.